Net als veel andere woudreuzen, heeft deze soort een breed wortelstelsel met plankwortels voor voldoende stabiliteit. Jonge bladeren zijn roodachtig en lijken daarmee giftig voor veel herbivoren. Later verkleuren ze naar heldergroen en ze worden ongeveer 14-18 cm groot. De bloemen van deze boom zijn lichtgeel en vormen na bestuiving grote vruchten. Deze vruchten hebben beperkte medicinale toepassingen en worden over het algemeen als giftig beschouwd. De soort kan worden gehouden als kamerplant, waarbij de plant door te snoeien klein kan worden gehouden. Zorg voor een halfzonnige standplaats, een doorlatende grond en geef de plant regelmatig water.
Zaaibeschrijving: De enorme zaden (+/- 10cm) kunnen worden gezaaid in zaai- en stekgrond. Houd de grond constant licht vochtig bij een temperatuur van 25-30grC. Kieming meestal na enkele weken.