Deze zeldzame klimplant produceert een spectaculaire bloeiwijze met hangende trossen van felrode bloemen. De grootte van een bloeiwijze varieert, maar ze worden vaak groter dan die van de vergelijkbare soort Mucuna bennettii. Daarnaast produceren ze veel nectar om vogels te lokken voor de bestuiving.
De soort komt voor in de regenwouden van Indonesië en Papoea Nieuw-Guinea tot een hoogte van ongeveer 2000 meter. Daar kan de liaan een hoogte van 30 meter bereiken. De lokale bevolking oogst de stengels om te gebruiken voor bijv. touwbruggen en het sap van de plant wordt bij ceremonies gebruikt. Dat kleurt naar rood en later zwart, waardoor het ook gebruikt kan worden als kleurstof.
Er zijn nog 6 andere rode Mucuna-soorten in Indonesië en Papoea Nieuw-Guinea, waardoor de identificatie niet altijd goed gaat. Mucuna novoguineensis valt vooral op door de grote zaden van 37-47 mm, terwijl de zaden van andere soorten een stuk kleiner zijn.
De soort kan worden gehouden als kamerplant en kan daarbij regelmatig worden gesnoeid. Zorg voor een zonnige standplaats en een goed doorlatende grond. Begeleiding van de snelgroeiende stengels kan gegeven worden met touwtjes of een rek.
Zaaibeschrijving: Het al ontkiemde zaad kan direct worden overgezet in een goed doorlatende grond met organisch materiaal. Voor de eerste ontwikkeling is een temperatuur van 25-30 grC optimaal. Houd de grond verder constant licht vochtig.